Menu





Wiskunde

 

Wiskunde op het Sint-JoriscollegeFile:Prisma's.png

In de brugklas begin je voor het eerst met het vak wiskunde. Elk hoofdstuk heeft een totaal ander onderwerp. Zo gaan er hoofdstukken over ruimtefiguren, maar ook over getallen of formules. Vele soorten onderwerpen dus!

Het kan zo zijn dat je in het ene hoofdstuk beter bent dan het andere.



Vektorová Grafika Zdarma:

Huiswerk

Voor wiskunde heb je weinig leerwerk, maar vooral veel opdrachten die je moet maken. Dat betekent dat je naast de vier lesuren direct veel huiswerkopgaven meekrijgt. Je zult dus in de brugklas voor wiskunde veel huiswerk krijgen.

Oefening baart kunst.  

Waarom wiskunde?

Kunnen lezen is heel belangrijk, zonder dat heb je een groot probleem. Met rekenen is dat wat minder opvallend. Als je geen gevoel voor getallen hebt, bluf je je ergens wel doorheen. Maar, in veel beroepen die je kunt doen zijn rekenvaardigheid en gevoel voor getallen belangrijk om te functioneren en verder te komen.

Rekenen of wiskunde?

Op de basisschool, de middelbare school en veel vervolgopleidingen is wiskunde een instrument en niet een doel op zich. Alleen op de basisschool wordt het terecht ‘rekenen’ genoemd maar zo zou het elders ook moeten heten. Ook op de andere scholen leer je alleen om bestaande rekenmethoden toe te passen. Heel nuttig hoor, maar het blijft gewoon ‘rekenen’.

Rekenlessen staan vanaf leerjaar 2 ook op het jaarrooster, zodat je in de voor-examenklas in staat bent om de rekentoets te maken.

Een ‘aha’-moment

Tijdens het leren van dat rekenen hebben mensen soms zo’n typisch ‘aha’-moment. Plots heb je iets door en maak je een sprong. En dat voelt goed! Dat soort sprongen kun je bijvoorbeeld ook hebben met taalstructuur en muziek. Op de universiteit draait wiskunde dan ook niet om cijfertjes maar om abstracte concepten. Deze concepten brengen alles wat je in het verleden hebt meegemaakt met elkaar in verband. Waardoor je nog meer ‘aha’-momenten ervaart…

Methode

Op het Sint-Joriscollege gebruiken wij de boeken van Getal en Ruimte.  Dit is een boek dat bestaat uit een lesboek met antwoordenboek voor de leerlingen. Iedere leerling kan zo zelf thuis nakijken en de vragen in de les stellen over het huiswerk.

Elke paragraaf begint met uitleg / theorie. Bij dit onderdeel staat een voorbeeldopdracht met een uitwerking. Dit is motiverend voor het zelf gaan maken van je huiswerk!

 

Soorten wiskunde

 

Vakinhoudelijk Wiskunde bovenbouw

Het vak wiskunde speelt een belangrijke rol bij de latere beroepskeuze.

Zo heb je de volgend keuzes binnen de wiskunde:

Wiskunde C (WC)

Dit is het “kleine” WA programma, iets minder en iets minder moeilijk.

Wiskunde A (WA)

Statistiek, kansberekening en toegepaste analyse vormen de kern. Er is aandacht voor toepassingsgerichte problemen maar ook voor de ontwikkeling van wiskundige rekenvaardigheden.

Wiskunde B (WB)

Analyse vormt de kern van dit programma. De nadruk ligt op het ontwikkelen van wiskundige technieken en vaardigheden en het vergroten van het probleemoplossend vermogen.

Wiskunde D (WD)

Dit vak zorgt voor verbreding (extra WA) en verdieping en is een goede voorbereiding op een exacte vervolgopleiding. Het is de bedoeling dat we in dit vak gaan samenwerken met het hoger onderwijs. Bij WD is er geen landelijk eindexamen.


In de derde klas begeleiden wij leerlingen en hun ouders bij het kiezen van het juiste wiskundevak.

HAVO
Welk profiel en welke wiskunde kies jij?
Bij wiskunde A gaat het om onderwerpen die je later misschien weer nodig hebt bij een vervolgopleiding. Bij studies zoals in de sector economie en natuur en milieu is wiskunde onmisbaar. In wiskunde A zit daarom een flink stuk statistiek en kansrekening. Ook moet je met functies en grafieken kunnen werken. Je moet op een wiskundige manier het verband tussen bijvoorbeeld vraag en aanbod weer kunnen geven. Ook bij sommige gezondheid opleidingen komt enige wiskundekennis goed van pas. In wiskunde A zit geen meetkunde.

Bij wiskunde B komen onderwerpen aan bod die je later hard nodig zult hebben als je de exacte kant op gaat, bijvoorbeeld in de sector techniek of natuur en milieu. Er wordt veel aandacht besteed aan functies, veranderingen, ruimtemeetkunde en algebra. Je leert hoe je van allerlei figuren en voorwerpen de oppervlakte en inhoud kunt uitrekenen. Hoe exacter en technischer je vervolgopleiding, des te meer je wiskunde B nodig zult hebben. Het zijn meestal opleidingen waarvoor ook natuurkunde belangrijk of verplicht is. In wiskunde B zit geen statistiek en kansrekening. De meeste leerlingen vinden wiskunde B moeilijker dan wiskunde A. Vraag je wiskundeleraar om advies bij je keuze.

En dan is er nog wiskunde D. Je mag wiskunde D alleen als profiel vak (alleen bij NT) of als vak in het vrije deel kiezen als je ook wiskunde B hebt gekozen. Je hebt dan dus twee wiskundevakken, B en D. Dat is vooral van belang als je echt de exacte kant op gaat, bijvoorbeeld naar één van de technische hogescholen. Je wilt iets gaan studeren waar de vakken wiskunde B en meestal ook natuurkunde verplicht zijn. Je bent dus goed in wiskunde en je vindt het een leuk vak. In wiskunde D komen de volgende onderwerpen aan bod: statistiek en kansrekening, dynamische modellen, toegepaste analyse (algebra) en ruimtemeetkunde.

Instromen vanuit 4 mavo (met wiskunde in het pakket)
Stroom je in vanuit de mavo, kies dan wiskunde A. Alleen goede leerlingen kunnen wiskunde B kiezen. Zij moeten dan wel, voor de zomervakantie, contact zoeken met de coördinator van havo 4. Deze leerlingen moeten een inhaalprogramma volgen om een kans van slagen te hebben in havo 4.


TERUG


Sint-Joriscollege | Roostenlaan 296 | 5644 BS Eindhoven | 040-2116090 | info-sintjoris@sghetplein.nl