Menu

 






bevorderingsnormen

Alle ouder(s)/verzorger(s) krijgen een inlogcode voor het programma Magister. Op deze manier hebben zij tussentijds inzicht in onder andere de behaalde resultaten en de absenties van hun zoon/dochter. Daarnaast worden jaarlijks vier rapporten uitgereikt. 

Bevordering gebeurt op grond van de cijfers van het eindrapport aan het einde van het schooljaar. Deze cijfers komen als volgt tot stand:

Onderbouw (leerjaren 1 tot en met 3)
Voor alle vakken tellen alle tijdens het gehele schooljaar behaalde cijfers mee ter bepaling van het eindcijfer (= overgangscijfer). De vaksectie bepaalt de weging van de afzonderlijke toetsen. De rapporten na periode 1, 2 en 3 geven voor elk vak de tussentijdse stand van zaken weer.

Afronding eindcijfers
Op de rapporten 1, 2 en 3 krijgen de leerlingen cijfers,afgerond op een decimaal nauwkeurig. Op het eindrapport worden alleen volledig afgeronde cijfers vermeld. Bij het afronden gelden dezelfde afspraken als bij het eindexamen.

Dat betekent dat cijfers ≤ .49 naar beneden worden afgerond (5,49 wordt dus een 5).

Cijfers ≥ .50 worden naar boven afgerond (5.50 wordt dus een 6).

Voor vakken die slechts gedurende een periode zijn gegeven, is het periodecijfer (afgerond op een heel cijfer) tevens het overgangscijfer.

Studiehouding
Naast elk rapportcijfer staat een kwalificatie voor studiehouding vermeld, zowel in onder- als bovenbouw:

G = goed, V = voldoende, T = twijfelachtig, O = onvoldoende, ? = onduidelijk.

Vakken mavo 2/3

De normen voor bevordering uit een klas naar de volgende klas van dezelfde afdeling bestaan uit twee componenten: totaaleisen en aanvullende eisen. Om bevorderd te worden moet een leerling voldoen aan beide componenten.

 

De totaaleisen gelden voor alle vakken die een leerling volgt.

 

Voor de aanvullende eisen tellen alleen de eindcijfers van de volgende vakken mee:

–– In mavo 2 alle vakken die de leerlingen van mavo 3 gaan volgen behalve levensbeschouwing, muziek, beeldende vorming, techniek en lichamelijke oefening.

–– In mavo 3 de vakken die worden gekozen in de sector.

 

Algemeen geldende bepalingen betreffende de bevorderingsnormen van alle leerjaren:

Cijfers lager dan 5:

–– Een cijfer lager dan 5 wordt gelezen als

2 maal 5.

––Het cijfer 3 op het rapport betekent dat als de leerling al niet volgens de norm is afgewezen, hij altijd wordt besproken.

 

Bespreken

Wanneer een leerling besproken wordt, beslist de bevorderingsbevoegde vergadering over het al dan niet bevorderen naar de volgende klas.

 

Bevorderen

De voorbereidingsvergadering, bestaande uit mentoren van het betreffende leerjaar legt, onder voorzitterschap van de teamleider of sectordirecteur, een bevorderingsbesluit ter toetsing voor aan de rapportvergadering.

De voorbereidingsvergadering neemt vervolgens, de rapportvergadering gehoord

hebbende, een definitief besluit.

 

Doubleren

Een leerling die is afgewezen, mag het leerjaar dat hij heeft doorlopen overdoen, behalve:

–– in de brugklas en in het tweede leerjaar;

––als hij dezelfde klas al heeft gedoubleerd;

––als hij de vorige klas heeft gedoubleerd

(dat kan op onze school of op een andere school zijn gebeurd);

––als hij ‘geclausuleerd’ is toegelaten, dat wil zeggen dat aan het begin van het schooljaar de voorwaarde is gesteld dat een leerling dat schooljaar niet mag doubleren.

De docentenvergadering kan afwijken van de bovenstaande regels.

 

De normen voor bevordering uit een klas naar de volgende klas van dezelfde afdeling bestaan uit twee componenten: totaaleisen en aanvullende eisen. Om bevorderd te worden moet een leerling voldoen aan beide componenten.

De totaaleisen gelden voor alle vakken die een leerling volgt.

Voor de aanvullende eisen tellen alleen de eindcijfers van de volgende vakken mee:

  • In mavo 2 alle vakken die de leerlingen van mavo 3 gaan volgen behalve levensbeschouwing, muziek, beelden vorming, techniek en lichamelijke opvoeding
  • In mavo 3 de vakken die worden gekozen in de sector. Het gemiddelde van de gekozen vakken moet 5,5 zijn.

* Rekenen telt voor maximaal 1 onvoldoende. Het hoogste cijfer van het jaargemiddelde of de landelijke rekentoets wordt meegenomen in de overgangsnormen.

** Keuze van een 7e vak is ter goedkeuring van de eindvergadering en hier dient een hoger cijfer voor behaald te zijn dan een 7.

Leerjaren mavo 3/4

 

Alle cijfers die tijdens het gehele schooljaar zijn behaald voor voortgangstoetsen, examentoetsen en praktische opdrachten, tellen mee voor de

vaststelling van het cijfer van het overgangsrapport. De vaksectie bepaalt de weging van de afzonderlijke toetsen. De rapporten na periode 1, 2 en 3 geven voor elk vak de tussentijdse stand van zaken weer.

 

Eindcijfer schoolexamen

Voor de vaststelling van het eindcijfer van het schoolexamen tellen de voor examentoetsen en praktische opdrachten behaalde cijfers mee.

Deze zijn opgenomen in het examendossier. Voor sommige vakken is een jaarcijfer

Opgenomen in het eindcijfer.

Het PTA met daarin alle informatie rondom de eisen kunt u vinden op de website onder mavo/examens.

 

Niet geslaagd voor het eindexamen

Een leerling die is afgewezen bij het eindexamen mag het examenjaar herhalen.

 


TERUG


Sint-Joriscollege | Roostenlaan 296 | 5644 BS Eindhoven | 040-2116090 | info-sintjoris@sghetplein.nl